Ik Ben Altijd Anders Geweest
Chantal Pattyn aan Tafel met Anne-Mie Van Kerckhoven



interview by Chantal Pattyn.
published on 05 Dec 2009 in De Standaard

Lang geleden interviewde ik Anne-Mie Van Kerckhoven op de radio. De uitzending was nog maar net begonnen of Van Kerckhoven bracht, in smakelijk Antwerps, een ode aan haar favoriete godin, Baubo. Zij die praat via haar vulva en kijkt door haar tepels. Kunst en feminisme in primetime op de cultuurzender. Van Kerckhovens onderwerp is de vrouw, of beter het beeld van de vrouw in de massamedia. Hoe de vrouw opduikt in zogenaamde 'vuile boekskes' en elders. En waarom dat beeld zo aangetast is. Maar Van Kerckhoven heeft het in haar werk ook over zichzelf. En daarbij blijft geen middel onbenut: pen en papier, plexiglas, computerprints, video, lightbox. Bont gekleurd, altijd. Voorzien van eigen teksten en citaten van filosofen, die ze, Nietzsche indachtig, graag 'de dokters van de ziel' noemt. Een rol die ondertussen ook door de kunstenaar wordt gespeeld. Van Kerckhoven noemt zichzelf graag een hedendaagse mystica. Maar dan wel van het soort dat zich liever niet uithongert. We gaan voor hetzelfde voorgerecht: sint-jakobsvruchten met rauw witlof en zwarte truffel. Ook daarna kiezen we allebei voor vis. Want een vrouw die te veel rood vlees eet, haalt de duivel in huis. 
 

Wit, of toch maar rood? Het is griezelig koud buiten. 'Ik zou eigenlijk graag een glas champagne hebben. Mag dat?'

Tuurlijk. Ik doe mee. 'Ik mag niets anders meer drinken. Een jaar al. Ik heb eens veel te veel slechte wijn gedronken en daar ben ik doodziek van geweest. Op doktersadvies mag ik enkel nog cava of champagne drinken. Altijd een gevoelige lever gehad.'

Je bent zelf een uitstekende kokkin. 'Mijn ouders waren feestaannemers, bij de beste van Antwerpen. Als kind kregen we al oesters en zwezeriken te eten. Ik ga ook niet zo vaak uit eten. Het moet al heel lekker zijn voor ik mijn huis uit kom. Mijn vader was alleszins geen fan van de nouvelle cuisine en zelf sta ik ook nogal sceptisch tegenover die moleculaire revoluties.' 

Je gaat niet twee jaar op voorhand reserveren bij elBulli? 'Als iemand mij uitnodigt, zeg ik niet nee. Ik ben wel benieuwd, maar ik hou het meest van simpele dingen. Toen ik net was afgestudeerd aan de academie ben ik als kok begonnen in een restaurant in de buurt van de kathedraal. Ik vond dat een fantastische periode. Ik had heel lang nauwelijks geld, dus ik heb geleerd om met goedkope ingrediënten heel lekker te koken.' 

Wat maakte je dan klaar? 'Een ovenschotel met wittekool, gehakt en rozijnen, bijvoorbeeld. Ik experimenteer graag, vooral met kruiden. Dertig jaar geleden had ik al een wok. In Nederland op de kop getikt. Niemand kende dat hier.'

'Een ontdekking was restaurant Food, dat ik bezocht toen ik in 1979 de eerste keer naar New York ging. Het lag in Soho, dat toen nog helemaal niet trendy was. Alle kelners, meisjes en jongens door elkaar, zagen er fantastisch uit. Bleek dat ze allemaal kunstenaar of danser waren. Er werd heel creatief gekookt en dat heeft me erg geïnspireerd. De inrichting was ook bizar. Allemaal opgebroken muren en zo. Pas later kwam ik te weten dat Food een van de laatste projecten was van de kunstenaar Gordon Matta-Clark. Nu heeft iedereen het over wereldkeuken, maar de fusion was daar al aanwezig.'

Had het gekund dat je in plaats van kunstenaar kokkin was geworden? 'Zeker en vast. Mijn leven is niet gemakkelijk geweest. Ik heb lang moeten knokken voor ik als kunstenaar waardering kreeg. 't Is nog niet zo lang geleden dat ik dacht dat ik misschien maar beter een restaurant was begonnen. Dan had ik het misschien niet zo moeilijk gehad. Hoewel mijn ouders nooit hebben gewild dat hun kinderen de zaak zouden overnemen. Omdat het in de horeca ook niet evident is.' 

Moest je als kind mee de handen uit de mouwen steken? 'Neen, dat mochten we niet. Toen we een zekere leeftijd hadden, mochten we weleens helpen in de keuken. Niet in de zaal, want vader wilde niet dat er vrouwen opdienden. Alleen kelners in smoking mochten er werken. Mijn vader was heel conservatief.' 

Je komt dus uit een zeer traditionele omgeving? 'Ja, maar het vreemde is dat mijn vader wel een kunstenaar was. Van jongs af aan was hij betrokken bij het culturele leven in Antwerpen. Hij kende Felix Timmermans en zo. Op zijn achttiende heeft hij zelfs een trofee voor het beste luisterspel gewonnen. Maar toen brak de oorlog uit en belandde hij in Duitsland. Toen hij terugkwam, kon hij samen met zijn broer de zaak van zijn ouders voortzetten of curator worden in het Rockoxhuis. Hij koos voor de feestzaal, wellicht omdat mijn grootmoeder nogal bazig was en hij weinig keuze had. Maar feit is dat hij een gefrustreerde kunstenaar was.'

Hoe reageerde je vader toen duidelijk werd dat zijn oudste dochter kunstenaar wilde worden? 'Heel dubbel. Het was wel voor iedereen duidelijk dat ik anders was. Toen ik negen was, wilde ik naar de avondschool. Maar dat mocht niet. Wel kon ik in de leer bij de beeldhouwer Albert Poels, de man van de Lange Wapper aan het Steen die voor de rest vooral Mariabeelden maakte. Maar toen bleek dat ik de eerste jaren vooral de kleibakken zou moeten schoonmaken voor ik aan kopieën kon beginnen, laat staan zelf iets maken. Ik ben dus nooit gegaan.'

'Op mijn vijftiende wild ik op internaat in Turnhout omdat daar een goede kunstopleiding was, maar daar werd een stokje voor gestoken omdat mijn IQ te hoog was. Terwijl ik gewoon wilde tekenen en mijn handen wilde gebruiken. Toen ik eenmaal op de academie zat heeft mijn vader een jaar lang niet met mij gesproken. Het is dus allemaal niet van een leien dakje gegaan.' 

En je moeder? 'Die steunde mij wel. Maar tot mijn 35ste bleef ze zich afvragen waarom kunst niet gewoon een hobby kon zijn. Tot ik wat aandacht kreeg in de kranten. Toen hebben mijn ouders er zich bij neergelegd.'

'Dat ik zo laat heb beslist om kunstenaar te worden heeft te veel te maken met het feit dat die keuze zo werd onderdrukt. Maar ik had ook geen rolmodellen in die tijd. Er was wel Niki de Saint Phalle, maar ik had het eerder voor Brigitte Bardot en Sophia Loren. Je kon wel de vrouw worden van een kunstenaar, maar ik wil niet buigen voor de wil van een man. Als muze ben ik totaal ongeschikt.' 

Je bent wel al meer dan dertig jaar getrouwd met dezelfde man, kunstenaar Danny Devos. 'Dat is het compromis dat ik heb moeten sluiten. Met een kunstenaar leven is niet evident, maar we zijn ook geen koppel in de normale zin van het woord. We leiden elk ons leven. Ik heb er wel al vaak een punt achter willen zetten omdat Danny niet de makkelijkste mens ter wereld is.'

Maar dat is Anne-Mie Van Kerckhoven toch ook niet? 'Nee, dat is waar. We zijn op dat punt aan elkaar gewaagd. Maar we kunnen om dezelfde dingen lachen, dat is heel belangrijk. We delen eenzelfde soort intensiteit. Maar Danny danst niet graag en gaat bijna nooit naar de film. Hij het leven van een adolescent, boven op zijn kamer. We leven gescheiden in hetzelfde huis.' 

'Danny kookt ook, en goed. Het liefst zit ik op mijn atelier, maar ik organiseer ook graag feesten. Dat talent heb ik dus ook van mijn vader geërfd. Niets zo fijn als een omgeving te creëren waarin mensen zich kunnen amuseren. Ik sla dat graag vanop een afstand gade. The day after vind ik ook te gek. De geuren die er dan hangen, de vuile glazen, het opruimen.' 

Met Danny Devos heb je lang geleden Club Moral opgericht. Altijd goed voor wilde optredens en performances, de jongste jaren samen met Mauro Pawlowski. 'Het laatste optreden was in het kader van mijn tentoonstelling in museum Wiels. Ik vind wat we doen echt heel goed, maar de waardering is er niet altijd. De sfeer is heel doomy en destructief. Ik ga daar zelf bijna aan ten onder. Mauro vroeg zich onlangs af of ik misschien te oud was geworden voor die dingen. Dat is niet leuk om te horen, maar wie weet heeft hij gelijk. Misschien is het nu weer tijd voor positieve vibes. Er is duidelijk iets veranderd, ik voel het.'

Je hebt de jaren 80 meegemaakt. Toen zag de wereld er anders uit dan nu. 'Ik heb die jaren niet als wild aangevoeld. Het kapitalisme kwam op, ook bij kunstenaars. Maar ik ben een late soixante-huitard. Geld was dus taboe. Of je was met geld bezig, of met kunst. Maar plots waren er mensen als Wim Delvoye, die heel gericht hun kunstenaarscarrière begonnen uit te stippelen. Met chique galeries in New York en zo. Ik wilde daar ver van af blijven.'

'Om die reden hebben we Club Moral opgericht. We waren een ouderwets soort idealisten. Maar wat is dat, idealisme? Voor mij is dat een kracht die de mens in de goeie richting voortstuwt. Dus doe ik wat ik moet doen. Want als ik het niet doe, doet niemand het.'

'Om die reden heb ik ook geen kinderen. De kunstwereld is een mannenwereld, dus is het van het grootste belang dat er een paar vrouwen zijn die er volledig voor gaan. Voor mij heeft dat bijna iets religieus. Ik sluit me niet af van de wereld, maar wil wel als een soort medium de maatschappij in goede banen helpen leiden. Als een headnurse, zoals een project van mij heet. Dat doe je omdat je als kunstenaar een spiegel kunt voorhouden. Ik ben geen sjamaan, maar ik ben er wel van overtuigd dat kunstenaars een heel actieve rol spelen in een samenleving.' 

Maar in de kunstwereld gaat het soms toch meer over de markt dan over kunst? Waaruit bestaat de macht dan nog van de kunstenaar? 'Het is een illusie dat kunstenaars macht hebben. En als ze die denken te hebben, dan is dat een pseudomacht. Ik denk wel dat de manier waarop ze zich manifesteren het decadente van het systeem kan blootleggen. Ja, de kunstwereld is een industrie geworden. Die evolutie zie je ook in de rest van de wereld. Alles is vermarkt. Ik vind dat zelf een verschrikking, maar het is zo.' 

Maar daarin opereer jij ook. 'Ik heb lange tijd geen geld verdiend met mijn werk. Het is pas sinds ik een tijd in Berlijn heb geleefd dat ik me anders voel. In Duitsland genieten kunstenaars een bijna goddelijke status, dat deed deugd. En wanneer je als kunstenaar veel geld gaat verdienen, krijg je plots respect van mensen die ook veel geld hebben. Dan vertegenwoordig je een economisch vermogen en tel je mee. Het is een spel.'

Wel een pervers spel. 'Als je het als een spel bekijkt, kun je de morele aberraties ervan beter inschatten.'

En laat perversie nu net een van je favoriete onderwerpen zijn. Net zoals het naakte lichaam, bij voorkeur dat van een vrouw. 'Ik heb kunstenaars van jongs af aan altijd geassocieerd met het tekenen van blote mensen. Daarom wilde ik ook naar de academie. Toen ik als kok was gestopt, ben ik in een firma gaan werken die verdelgings- en detectiesystemen voor kwalijke stoffen en stralingen produceerde. Ik moest er folders ontwerpen waarmee die machines aan de man werden gebracht. Door er een vrouw in bikini naast te plaatsen! Niet te geloven. In datzelfde bedrijf ben ik trouwens op een kamer gestoten die vol informatie lag over wapens. Macht, agressie en seks. Bij mij ontlokte dat in het begin een zeer militante antihouding. Maar ik ben de verbanden tussen die zaken beginnen te onderzoeken. En dan kom je uit bij het verband tussen enerzijds de manier waarop vrouwen worden afgebeeld in de massamedia en anderzijds de mate van geweld in de samenleving.' 

Ondervind je die vrouwonvriendelijkheid zelf? 'Natuurlijk. Als vrouw in de kunstwereld is het geen sinecure. Mijn galeriste in Berlijn zegt me dat Duitse mannen alleen kunst kopen van vrouwen die in de menopauze zitten. En ze heeft gelijk: ik word 58 en ze beginnen te kopen. Mannen zijn nog altijd bang van vrouwen. Zeker van vrouwen die er goed uitzien en dingen ondernemen. Maar eenmaal de baarmoeder geen functie meer heeft, valt die angst blijkbaar weg.'

Zelfs Andy Warhol was bang voor jou. 'Lang geleden had ik een vriendje, dat eigenlijk homo was. Ik leerde hem kennen als het lief van een bekende kapper in Antwerpen. Op een avond trokken we met een hoop vrienden naar Brussel omdat we wisten dat Andy Warhol daar was. In een galerie aan de Louizalaan hield Warhol audiëntie en iedereen kwam hem een hand geven. Maar hij straalde voor mij zo veel slechte vibes uit dat ik het vertikte om hem de hand te gaan schudden. Maar mijn lief had ondertussen vernomen dat die Warhol een heel belangrijke man was. Hij ging naar hem toe en werd meteen uitgenodigd om na de opening nog iets te gaan drinken. We belandden uiteindelijk met heel die bende op café en mijn lief werd terstond gesommeerd om naast Warhol te gaan zitten. Ik werd jaloers en heb daar een vreselijke scène gemaakt. Nadien heb ik Warhol nog gezien in Parijs, in Londen en in New York. Tegen mij zei hij niets meer, wel liet hij briefjes bezorgen aan mijn lief waarop te lezen stond: 'I'm here but I see the bitch is around again?' En zeggen dat ik zo'n fan was van Warhol.' 

Je hebt geen kinderen. Bewust, zei je zonet. 'Marlene Dumas zei me ooit dat ik een kind moest hebben. Dat dat voor een vrouw een waanzinnige ervaring is. Maar ik vind dat nogal egocentrisch. Voor de ervaring alleen neem ik geen kind. Ik kom uit een grote familie met heel veel vrouwen. En die hebben allemaal kinderen. Als ik dan als enige geen kind heb, dan zal dat wel geen kwaad kunnen zeker?'

'Bovendien werkt mijn brein anders dan bij andere mensen. Ik kan in een opperste staat van concentratie geraken, maar dat kan alleen maar doordat ik los van de maatschappij kan functioneren. Met een kind dat om je aandacht vraagt, gaat dat niet. Mijn moeder zei me heel vroeg al dat ik beter nooit kinderen zou hebben. Ik vond dat geen leuke uitspraak, ik was daar liever zelf achter gekomen.'

'In mijn kindertijd was mijn moeder er meestal niet voor mij. Altijd aan het werk. Mijn zussen, mijn broer en ik zijn grotendeels opgevoed door kinderjuffrouwen en grootouders. Ja, daar heb ik wel onder geleden. Tot mijn 23ste wist ik niet wat "verwerken" was. Ik heb me getraind in het wegzuiveren van negatieve ervaringen. Die dingen vergeet je, maar ze blijven wel in je lijf zitten. Waarschijnlijk ben ik daardoor begonnen met het maken van die duizenden tekeningen. Puur de manifestatie van onverwerkte ervaringen en onbeantwoorde vragen, recht uit mijn onbewuste.'

Maak je kunst als een vorm van therapie? 'Niet meteen voor mezelf. Meer als een orakel. Ik heb een groot empathisch vermogen. Ik hield op de duur meer rekening met de gevoelens van anderen dan met mezelf. Dat zorgde ook voor frustratie. En het kwam eruit in de vorm van tekeningen. Nu niet meer. Sinds mijn tentoonstelling in Wiels, waar ik een groot deel van die tekeningen heb getoond, ben ik een ander mens.' 

Maar nu weet ik nog altijd niet waarom je in je werk zo met perversie bezig bent. 'Ik heb zelf een aanleg tot perversie. Dan vernietig je met opzet zaken waarvan je weet dat ze goed zijn. Men verwijt me dat vaak ook. Toen ik als 26-jarige voor het eerst mijn tekeningen toonde, werden die als zeer decadent ervaren. Men vond het totaal waanzinnig dat zo'n jong en mooi meisje zulke zaken kon maken. Ik heb kansen laten liggen omdat ik niet afhankelijk wil zijn van geluk of de goodwill van andere mensen.'

'In de Parijse Bibliothèque Nationale vond ik vorig jaar een boek over de geschiedenis van de perversie. Daarin heb ik gelezen dat de eerste perverten de mystici waren, martelaren die zich opzettelijk pijnigden om sneller bij God te komen. Na de mystici kwamen de flagellanten, dan was er markies de Sade, dan de psychoanalyse, vervolgens het nazisme en dan onze hele westerse samenleving. We leven in een zichzelf perverterend instituut. En ik ben daar een exponent van. Ik bekijk mijn leven en de wereld als een aaneenschakeling van fenomenen, los van het menselijke. Ik ben pervers omdat ik mensen alleen nog bekijk als een onderdeel van de fenomenen waar ze verantwoordelijk voor zijn.' 

Je denkt holistisch. 'Toeval bestaat niet, maar er is wel zoiets als herhaling. Je krijgt altijd een tweede kans. Als je fouten maakt, dan kun je die goed maken. Ik ben dus geen fatalist. Je moet wel alert blijven en als mens willen evolueren.'

'Er bestaat ook niet zoiets als positief en negatief. Dat is allemaal met elkaar verbonden. Het is zeer westers om in termen van plus en min te denken. Ik ben er ook van overtuigd dat het met deze wereld ooit goed komt.'En dus is het al bij al niet slecht om kunstenaar te zijn. 'Maar dat ben je alleen als er geen andere keuzes zijn. Als je kunstenaar bent, zit niemand op jou te wachten. Geen mens die er last van heeft als je in je bed blijft liggen. Maar je staat 's ochtends wel op en je gaat aan het werk. Voor wie eigenlijk? Maar het kan niet anders.'

Ben je een gelukkig mens? 'Mmm, het valt dezer dagen wel mee. Maar gelukkig ben je toch altijd maar eventjes? Geluk bestaat voor mij vooral uit de mogelijkheid over mijn eigen tijd te beschikken en de dingen te doen die ik interessant vind. Tot mijn laatste snik wil ik me blijven ontwikkelen. Noem het spelen met het leven.' 

Dan eindig je als dorpsoudste, tikkend met je stok tegen het raam van een Antwerps etablissement. 'Dat zie ik helemaal zitten. Nemen we nog een dessert?'

Ja. Ik kan wel een Irish coffee gebruiken. 



WIE IS ANNE-MIE VAN KERCKHOVEN? 

* Geboren in 1951. 

* Woont en werkt in Antwerpen.

* Richt samen met echtgenoot Danny Devos in 1981 Club Moral op. Maakt video's, installaties en tekeningen.

* Had solotentoonstellingen in het Muhka (1999), Kunsthalle Bern (2005) en Wiels (2009). 

* Kreeg in 2003 de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Beeldende Kunst.

* Ontwierp een jaar lang de affiches voor Het Toneelhuis.

* De tentoonstelling Nothing More Natural, met haar tekeningen, is nog tot 3 januari 2010 te zien in Frac Pays de la Loire, Craquefou (Frankrijk).

* Vanaf eind januari is ze de centrale kunstenaar op de tentoonstelling Parallellepipeda, in het Leuvense Museum M.




Related solo exhibitions: Nothing More Natural
Related group exhibitions: Parallellepipeda
538 views